Brugklassers onvoorbereid op wiskunde

In de brugklas is het tijd voor algebra, dus voor het leren rekenen met letters. Het rekenen met cijfers vormt daarvoor de basis. Immers, wie niet goed kan rekenen met cijfers zal zeker niet goed kunnen rekenen met letters.
Op de basisschool wordt die basis niet goed gelegd. Wat is daarvan de oorzaak en waaruit blijkt dat? Hieronder vindt u een aantal artikelen die een duidelijk antwoord op die vragen geven.

Jan van de Craats, hoogleraar wiskunde en maatschappij aan de Universiteit van Amsterdam, schreef een zwartboek over het rekenonderwijs, waarin hij analyseert hoe en waarom de tekorten in rekenvaardigheid op de basisschool ontstaan (klik op de rode knop voor het downloadbare en printbare pdf-bestand).

Een kortere versie van het zwartboek is te vinden in de vorm van het tijdschriftartikel Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen.
Een nog kortere versie kunt u bekijken via de diashow van een lezing die Jan van de Craats heeft gehouden tijdens de zgn. Panama-conferentie over de toekomst van het rekenonderwijs.


De gelukkige rekenklas | Tom Braams | ISBN 9789085066156

De penibele stand van zaken in het Nederlandse rekenen is ontstaan door de invoering van het zogenaamde ‘realistisch rekenen’.
Het boek De gelukkige rekenklas gaat op de problemen en op de mogelijke oplossingen in. Het is bedoeld voor allen die met rekenen en rekenmethodes te maken hebben.

Klik op het boek of op de rode titel voor meer gegevens over de inhoud van het boek en de schrijvers.

In Euclides, het blad van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren (oktober 2009) verscheen een boekbespreking van De Gelukkige Rekenklas


 

Met de regelmaat van de klok verschijnen in de pers geruststellende berichten over het niveau van ons reken- en wiskunde onderwijs. Nederlandse kinderen zouden het internationaal heel goed doen. Deze berichten zijn gebaseerd op de uitkomsten van de zogenaamde PISA-toets.
Over deze toets kunt u meer lezen in hoofdstuk 4 van een internetboek van de hand van Liesbeth van der Plas, auteur, ontwerper en programmeur van educatieve wiskunde software. De titel van het bedoelde vierde hoofdstuk luidt:
Nederlandse kinderen goed in wiskunde? De PISA-toets nader bekeken.
Hieronder volgt een opmerkelijke en onthutsende conclusie bij dit hoofdstuk:

Van de 38 vragen (gesteld aan 15 jarige leerlingen) zijn er slechts 3 die enige wiskundige scholing op het niveau van de brugklas (12 jarige leerlingen) eisen! Bij 8 vragen kan wiskundige scholing zelfs in het nadeel werken.

Het feit dat Nederland goed scoort wordt voor een belangrijk deel verklaard doordat de vragen worden gesteld door middel van bladvullende teksten. De opgaven lijken op die van de CITO toetsen en zijn sterk gebaseerd op het wiskundeonderwijs zoals dat sinds enige decennia in ons land (middels de ’contextuele methode’) wordt gegeven. De opgaven komen voorts grotendeels overeen met de manier van vraagstelling in de Nederlandse wiskunde schoolboeken. Voor de beantwoording van de Nederlandse contextuele vragen zijn in de onderbouw veelal geen abstracte wiskundige berekeningen met formules nodig. De opvallende gelijkenis met onze Nederlandse onderwijs methodiek wekt overigens geen verbazing indien men weet dat de voorzitter van de PISA Expert Group for Mathematics een Nederlander is (J. de Lange, ex-directeur van het Freudenthal Instituut) en dat het CITO en met name het Freudenthal Instituut een belangrijk aandeel in de totstandkoming van de PISA wiskundeopgaven hadden.

Ook het TIMSS onderrzoek geeft geen reden tot optimisme. TIMSS staat voor Trends in International Mathematics and Science Study, een periodiek georganiseerd internationaal vergelijkend onderzoek naar prestaties van leerlingen op het gebied van rekenen, wiskunde en de natuurwetenschappen. Het laatste TIMSS onderzoek is gehouden in 2007. Nederland deed daaraan mee met leerlingen van groep 6 van de basisschool. De uitkomsten van TIMSS 2007 op het gebied rekenen en wiskunde van de Nederlandse deelnemers worden door sommigen gezien als ondersteuning van de stelling dat het Nederlandse rekenonderwijs op de basisschool internationaal gezien van hoog niveau is. Een onderzoek van Jan van de Craats, hoogleraar wiskunde en maatschappij aan de Universiteit van Amsterdam, laat onomwonden zien dat een dergelijke conclusie niet gerechtvaardigd is!

Een analyse van de oorzaken en de gevolgen van de rekenproblematiek op de basisschool wordt gegeven door Jan van de Craats en Gerard Verhoef in het blad Mensenkinderen van de Jenaplanscholen (mei 2009).

Klik om het volledige (printbare) zwartboek te lezen.

Het artikel 'Waarom Daan en Sanne niet kunnen rekenen' is verschenen in Het Nieuw Archief voor Wiskunde (vijfde serie, deel 8, nummer 2, juni 2007, pp. 132-136) en in het Tijdschrift voor Remedial Teaching (15e jaargang, nummer 5, november 2007, pp. 10-14)

'Panama' staat voor PAbo NAscholing Mathematische Activiteiten.

De gelukkige rekenklas, Tom Braams en Marisca Milikowski (redactie),
Boom Uitgevers,
ISBN: 9789085066156