Gebruiksaanwijzingen bij de oefenvellen op deze site
De oefenvellen op deze site bestaan steeds uit twee A-viertjes: een bladzijde met rekenoefeningen met op de volgende bladzijde de bijbehorende oplossingen of uitwerkingen. De eerste bladzijde kunt u net zo vaak kopi¨eren als u wilt en aan leerlingen geven, de tweede bladzijde is bestemd voor de docent of de ouder.
Het materiaal kan naast iedere rekenmethode worden gebruikt. Het is gemaakt omdat alle methodes die thans op de markt zijn te weinig systematische oefeningen bevatten waardoor kinderen te weinig rekenroutine ontwikkelen. Op welk moment bepaalde bladzijden kunnen worden ingezet, hangt van de gebruikte methode af. Elders op deze site staat een mogelijke opbouw van het gehele rekenonderwijs op de basisschool, met daarbij aangegeven in welke groep (1 tot en met 8) de beschreven onderdelen behandeld kunnen worden.
De code rechtsboven elke bladzijde van de oefenbladen verwijst naar de nummering in het overzicht. Links onderaan elke bladzijde staat vermeld om welk onderwerp het gaat en in welke groep die stof voor het eerst zou kunnen worden behandeld.
Belangrijker is wat er op elk oefenvel linksboven staat: HOOFDREKENEN of
REKENEN MET PEN EN PAPIER. In het eerste geval gaat het om opgaven die
de leerlingen uiteindelijk vlot en zonder enige aarzeling uit het hoofd moeten
kunnen oplossen. Hoofdrekenen betekent hier dus niet uitgebreid piekeren en
naar handige trucjes zoeken, integendeel. De uitkomsten van sommen op deze
oefenvellen moeten de leerlingen uiteindelijk volledig geautomatiseerd paraat
hebben. De gegeven oefeningen zijn een middel om dit doel te bereiken. Het
gaat dan om sommen als:
17 − 9 = 8
6 × 9 = 54
42 : 7 = 6
7 × 100 = 700
Bij andere bladzijden die met HOOFDREKENEN zijn aangegeven gaat het om sommen die leerlingen direct en zonder lang nadenken met behulp van hun parate kennis moeten kunnen berekenen, bijvoorbeeld:
140 − 8 = 132, 63 − 7 = 56
78 : 9 = 8 rest 6
Elders op deze site staat precies aangegeven welke vaardigheden op het gebied van hoofdrekenen de leerlingen op die manier uiteindelijk moeten beheersen.
Bij al het andere rekenwerk mag pen en papier worden gebruikt. Meestal is voor zo’n uitwerking op het opgavenblad dan ook ruimte opengelaten.
Met deze oefenvellen pretenderen we natuurlijk geen enkele originaliteit. Sterker nog, we moedigen alle docenten van harte aan om op dezelfde manier soortgelijk oefenmateriaal samen te stellen of variaties ervan te bedenken. Voor de theorie achter de opgaven verwijzen we naar het Basisboek rekenen (Pearson Education, 2007) van Jan van de Craats en Rob Bosch.
De opgaven op de oefenvellen zijn variaties op opgaven uit het Basisboek rekenen. 1 Naast de oefenvellen zijn er als extra service nog enige kleurenbladen toegevoegd die in de les gebruikt kunnen worden. Het gaat dan om schema’s waarin de opbouw van ons decimale getallenstelsel wordt getoond, om hulptabellen bij het automatiseren van de optellingen en vermenigvuldigingen van getallen van één cijfer en om overzichten van maten (het metrieke stelsel), gewichten en tijdmaten.
Hoeveel kritiek men ook kan hebben op het huidige rekenonderwijs, een duidelijk pluspunt is de grotere aandacht voor rekenen in realistische situaties. Juist bij rekenen biedt het dagelijks leven een overvloed aan aanknopingspunten, en terecht maakt het onderwijs daar ruim gebruik van. Bij elk rekenonderdeel zijn er motiverende spelletjes, puzzels en toepassingen te bedenken die elke leerling zullen aanspreken. Maar tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat er thans een groot gebrek is aan systematische oefeningen los van contexten of ‘realistische’ inbeddingen. Om in dit gemis te voorzien zijn deze oefenvellen samengesteld.
Klik hier voor een printbaar pdf van deze tekst.