Rekenen in groep 4 van de basisschool
Klik hier voor een algemene gebruiksaanwijzing bij de oefenvellen.
Tellen en natuurlijke getallen
20, 19, .., 1, 0 |
Herhaling terugtellen (tot 20) |
getallenlijn: 0—1—2—3—4— |
Natuurlijke getallen op de getallenlijn, verband met aantallen, ordening (kleiner, groter) |
876 betekent: 800 + 70 + 6 |
Inzicht in opbouw van het decimale positiestelsel bij getallen to 1000 en (later) ook grotere getallen |
Optellen van natuurlijke getallen
groepjes voorwerpen samenvoegen |
Herhaling optellen van twee getallen van één cijfer, verband met samenvoegen van aantallen voorwerpen |
+ = |
Herhaling notaties en betekenis van het plusteken (+) en het gelijkteken (=) in opgaven als 3 + 4 = (n.b.: gelijkteken hier alleen gebruiken in de 'productieve betekenis': links de opgave, rechts het antwoord) |
3 + 4 = 7 |
Automatiseren van de optellingen van twee getallen van één cijfer met als doel dat de leerlingen ze zonder verder nadenken paraat hebben |
3 + 44 = |
Uit het hoofd een getal van één cijfer optellen bij een getal van twee cijfers |
300 + 500 = 300 + 5000 = |
Twee getallen van één cijfer gevolgd door een aantal nullen uit het hoofd bij elkaar optellen |
89 24 ———— + |
Met pen en papier twee of meer getallen van twee cijfers bij elkaar optellen (onder elkaar, traditioneel rekenrecept) |
Aftrekken van natuurlijke getallen
van een groep voorwerpen een kleiner groepje weghalen |
Herhaling aftrekken van een getal van één cijfer van een groter getal van één cijfer; verband met weghalen van aantallen voorwerpen |
- = |
Herhaling notaties en betekenis van het minteken (-) en het gelijkteken (=) in opgaven als 8 - 3 = |
12 - 4 = 8 |
Automatiseren van de aftrekkingen onder de twintig met als doel dat de leerlingen ze zonder verder nadenken paraat hebben |
44 - 3 = |
Uit het hoofd een getal van één cijfer aftrekken van een getal van twee cijfers |
370 - 6 = |
Uit het hoofd een getal van één cijfer aftrekken van een getal dat eindigt op een nul |
89 24 ———— - |
Met pen en papier een getal van twee cijfers aftrekken van een groter getal van twee cijfers (onder elkaar, traditioneel rekenrecept) |
Vermenigvuldigen van natuurlijke getallen
2 maal 3 snoepjes betekent: 3 snoepjes + 3 snoepjes |
Vermenigvuldigen in contexten met kleine getallen |
X = |
Notaties en betekenis van het maalteken (x) en het gelijkteken (=) in opgaven als 8 x 3 = |
5 x 7 = |
Automatiseren van de tafelproducten tot en met 10 x 10 met als doel dat de leerlingen ze zonder verder nadenken paraat hebben |
Delen van natuurlijke getallen
6 snoepjes verdelen onder 2 kinderen |
Delen (verdelen) met kleine aantallen voorwerpen |
: = |
Notaties en betekenis van het deelteken (x) en het gelijkteken (=) in opgaven als 32 : 4 = |
35 : 7 = |
Automatiseren van delingen die opgaan ('omgekeerde tafelproducten) waarbij de deler en het quotiënt kleinger dan 10 zijn, met als doel dat de leerlingen ze zonder verder nadenken paraat hebben |
Hoofdrekenen online oefenen
17 + 5 = 17 - 5 = 7 x 5 = 7 : 5 = |
Lengte, oppervlakt, inhoud en gewicht
centimeters meters kilometers |
Kennismaken met algemeen bekende lengte-eenheden: centimeters op een liniaal, meters, kilometers; lengte en afstanden meten in eenvoudige situaties |
gram kilogram ton ... |
Kennismaken met algemeen bekende gewichts-eenheden zoals gram, kilogram, ton, milligram (en informeel ook: ons, pond); gewichten meten in eenvoudige situaties |